Se connecter
Patiënt & Familie

Waarom en hoe treedt hartfalen op ?

21 maart 2022

Wat is de functie van het hart ?

Het hart is een gespecialiseerde spier die tot doel heeft het bloed te laten stromen doorheen het ganse lichaam. Het is een pomp die onderverdeeld is in vier ruimtes: twee boezems (of voorkamers) en twee kamers. De boezems trekken samen juist voor de kamers en zijn zodoende een hulp om hen te vullen. De linker- en de rechterruimtes trekken gelijktijdig samen. 

Het hart wordt gevoed door een systeem van kleine bloedvaten, de kransslagaders

Men kan het hart opdelen in 2 onafhankelijke delen, het rechterhart en het linkerhart. Elk deel, dat bestaat uit een boezem en een kamer, vervult een andere functie maar deze functies zijn wel complementair.

  • De rol van het rechterhart bestaat erin bloed vanuit het hart naar de longen te pompen. Daar zal het bloed terug zuurstof opnemen.
  • Het linkerhart zal nu precies dit zuurstofrijk bloed pompen naar de rest van het lichaam.

Het bloed komt via de vena cava in de rechterboezem; deze trekt samen en het bloed wordt in de rechterkamer gestuwd.

Tussen de boezem en de kamer bevindt zich een klep die voorkomt dat het bloed zou terugvloeien naar de boezem als de kamer samentrekt. Deze klep noemt de tricuspidaalklep. De kamer zal nu op haar beurt samentrekken en het bloed naar de longslagader stuwen. Via een systeem van kleine bloedvaten zal het bloed uiteindelijk in de longen belanden alwaar het verse zuurstof zal opnemen.

Eens het bloed zuurstofrijk is zal het via de longaders naar het hart terugvloeien waar het belandt in de linkerboezem. Deze trekt samen en pompt het bloed naar de linkerkamer. Tussen deze boezem en deze kamer bevindt zich eveneens een klep die men mitralisklep noemt. Deze klep verhindert dat het bloed zou terugvloeien naar de boezem als de kamer samentrekt. Wanneer de linkerkamer samentrekt wordt het bloed weggepomt naar het totale lichaam via een grote slagader, de aorta. Tussen de linkerkamer en de aorta bevindt zich de aortaklep die verhindert dat het bloed zou terugstromen naar het hart.

Het bloed wordt als het ware gestuwd naar alle delen van het lichaam. Het voert enerzijds voedingsstoffen en zuurstof naar alle weefsels en brengt anderzijds afvalstoffen naar de lever en de nieren waar ze verwijderd worden. Het bloed keert uiteindelijk terug naar het rechterhart en zal vandaar terug naar de longen gepompt worden alwaar het opnieuw verse zuurstof zal opnemen. De pompfunctie van het hart wordt in stand gehouden door de aanwezigheid van een elektrisch circuit dat prikkels opwekt en het hart doet samentrekken.

Gedurende zijn ganse leven zal de hartslag van een persoon in rust ca. 60 à 80 slagen per minuut bedragen. Ritmestoornissen ontstaan wanneer dat elektrisch circuit niet meer normaal verloopt, waardoor het hart sneller, trager of onregelmatig gaat samentrekken.

Wat is hartfalen ?

Hartfalen hebben betekent in feite dat het hart niet goed meer werkt en dat het zodoende problemen heeft om het bloed te laten circuleren. Wanneer het hart vermoeid is, heeft dit gevolgen voor het ganse lichaam en meer bepaald voor het functioneren van organen zoals de nieren, de longen, de hersenen en zelfs voor de totale spieractiviteit. 

De oorzaken van hartfalen zijn velerlei. Wat de oorzaak echter ook moge zijn (infarct, hypertensie, viraal, alcohol…), de hartspier is beschadigd wat meebrengt dat er niet voldoende bloed meer gepompt wordt naar de weefsels om tegemoet te komen aan de behoeften van het lichaam.

Hartfalen is een ziekte die evolueert, dwz die langzaam verergert naarmate de tijd verstrijkt. Vandaar dat de symptomen gerangschikt wordt in verschillende klasses, afhankelijk van de gevolgen die de ziekte met zich meebrengt in het dagdagelijkse leven.

Deze classificatie (NYHA, New York Heart Association) bestaat uit 4 stadia; deze laten uw cardioloog toe om uw graad van hartfalen te bepalen en zodoende de aangepaste therapie in te stellen.

Hartfalen wordt in vier graden van ernst opgedeeld, volgens de NYHA-klasse (New York Heart Association):

✔ Klasse I

Geen beperking.

Gewone inspanningen uit het dagelijkse leven leiden niet tot kortademigheid of vermoeidheid.

✔ Klasse II

Lichte beperking.

Gewone inspanningen uit het dagelijkse leven leiden tot kortademigheid en vermoeidheid.

✔ Klasse III

Matige beperking.

Kleine inspanningen kunnen leiden tot symptomen; geen klachten in rust.

✔ Klasse IV

Ernstige beperking.

Elke inspanning leidt tot symptomen; klachten kunnen ook in rust voorkomen.

historymenucross-circle
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram